People walking in the green office

Duurzaamheid en Facility Management: Een methode (Deel 1)

Bekijk eens de website van een willekeurige organisatie en u zult al snel een statement vinden over hun inspanningen voor duurzaamheid en het milieu. De doelstellingen van energiebesparing, vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, waterverbruik en ‘zero waste’ worden voornamelijk aangekondigd op de sites en is vaak ook terug te zien in jaarverslagen. Het is duidelijk dat deze organisaties hebben begrepen dat duurzaamheid goed is voor public relations. Maar duurzaamheid is meer dan een trendy thema. Zij begrijpen wat de waarde is om zich in te zetten voor milieubescherming en -verbetering.

Voor veel organisaties is het echter minder duidelijk hoe ze deze positieve en publiekelijk aangekondigde doelen moeten bereiken. Hoe ga je van de huidige situatie naar het beoogde doel? Hoe meet je de voortgang om te controleren of je op de goede weg bent?

Onlangs heb ik een interessant boek over dit onderwerp gelezen, geschreven door Alan AtKisson, een Zweedse auteur en leider op het gebied van duurzaamheid (Engelstalige versie: The Sustainability Transformation). Hij heeft een methode ontwikkeld voor de aanpak van duurzaamheidsprojecten. AtKisson beschrijft de vier fasen van deze methode:

1. Indicatoren

“Signalen die ons vertellen wat er met de wereld gebeurt.” Dat is de simpele definitie van indicatoren die AtKisson geeft. En dat klinkt logisch. Inspanningen om dingen te veranderen beginnen altijd met observatie en de beoordeling van de huidige omstandigheden . De reden hiervan is duidelijk: hoe kunt u, zonder observatie en/of beoordeling, weten wat er moet veranderen en wat er kan worden veranderd? Hij vergelijkt indicatoren voor milieuduurzaamheid met de signalen van het lichaam in geval van ziekte of een infectie. Deze zijn namelijk essentieel omdat problemen anders onzichtbaar blijven.

2. Systemen

Gekoppelde indicatoren vormen systemen, die AtKisson beschrijft als “een web van oorzaak-en-gevolgrelaties”. Hij benadrukt het belang van ‘systeemdenken’, het vermogen om die oorzaak-en-gevolgrelaties en andere soorten verbanden te onderscheiden. Hij ziet dit als een fundamentele menselijke vaardigheid, die essentieel is voor duurzaamheidsinitiatieven.

Systemen zijn dynamisch, met zowel natuurlijke als opgelegde regels en gedrag. Sommige punten in een systeem kunnen simpel worden aangepast, maar andere punten alleen met enorme kosten of verstoringen. De interactie is hierbij belangrijk. Veranderingen in een bepaald systeem kunnen vergaande en onverwachte gevolgen hebben voor een ander systeem.

3. Innovatie

Als u uw manier van werken wilt verbeteren, dan moet u innoveren. Nieuwe ideeën zijn wat u nodig hebt. Het probleem is dat veel ideeën ook veel geld kosten. AtKisson beschrijft duurzaamheidsprojecten op een manier die facility managers zeker zullen herkennen: “Je moet manieren vinden om grootschalige veranderingen teweeg te brengen met kleinschalige budgetten en interventiestrategieën met hoge impact.” Kortom: kijk waar een kleine verandering een grote impact kan hebben. Doe meer met minder. Dat is iets dat ’facility managers bekend zal voorkomen.

4. Strategie

AtKisson definieert strategie in simpele woorden: Een plan om van A naar d te komen. Mogelijk is de definitie van strategie zo eenvoudig omdat de complexiteit van indicatoren, systemen en innovatie al is aangepakt. Strategie bouwt voort op dat fundament van complexe onderdelen. Dat betekent niet dat de strategieën zelf eenvoudig zijn.

Een duurzaamheidsstrategie omvat twee onderdelen, die vaak na elkaar moeten worden aangepakt: verdere schade door bestaand gedrag beperken en vervolgens de resultaten verbeteren. Er bestaan geen vaste regels voor succes in het steeds evoluerende streven om het milieu te sparen. Strategieën moeten waarschijnlijk voldoende ruimte laten voor iteratie, voor mislukkingen en voor herbeoordeling van de gegevens in het licht van de resultaten. Lees dit whitepaper van Frost & Sullivan voor meer informatie over 8 technologische trends die organisaties onderzoeken om hun duurzaamheid te verbeteren.

Facility management is een natuurlijke bondgenoot voor duurzaamheidsinitiatieven

Door meer te lezen van AtKisson begon ik meer inzicht te krijgen in het verband tussen de door hem beschreven processen en de praktijk van facility management (AtKisson noemt de vier fasen een ‘accelerator’, mogelijk een bekende term voor degenen die Planon al kennen). En aangezien gebouwen naar verluidt verantwoordelijk zijn voor 40 procent van het wereldwijde energieverbruik, lijkt het verband met facility management behoorlijk relevant.

Facility managers hebben niet alleen de mogelijkheid om actief bij te dragen aan veranderingen voor duurzaamheid, maar zijn ook goed gepositioneerd om hierbij een leidende rol te spelen. Denk er wel aan dat duurzaamheid een vage term kan zijn. FM’s ondersteunen duurzame systemen: dat wil zeggen dat het hun taak is om alle systemen in hun gebouwen functioneel te houden. Ondersteuning van milieuduurzaamheid gaat hierbij nog een stap verder.

In mijn volgende blog (deel 2) zal ik bespreken wat de vier fasen van AtKisson betekenen voor het facility management. Daarnaast licht ik toe hoe facility managementteams en duurzaamheidsspecialisten waarde kunnen leveren door samen te werken.

Over de auteur

David Karpook | North American Business Development Director

David is al 25 jaar een veteraan in de RE & FM-sector en is een klant, leverancier en systeemimplementator, trainer en strateeg, die wereldwijd projecten op het gebied van werkplektechnologie beheert. David is voorzitter van OSCRE International, een normalisatie-instantie voor de vastgoedsector. Als actief lid van IFMA en geassocieerd lid van het jaar 2016 is hij voorzitter van IFMA's Real Estate Advisory & Leadership community (REAL) en lid van het Global Workforce Initiative van de IFMA Foundation.

Meer blogs van David Karpook

Deel dit artikel